Langer zelfstandig thuis: geef ruimte aan wat werkt

Deventer/Bathmen, 3 december 2025 – Vandaag brachten minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) en staatssecretaris Nicki Pouw-Verweij (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) een bezoek aan Stichting Ludgerus in Deventer en ’t Dijkhuis in Bathmen. Tijdens het werkbezoek zagen zij van dichtbij hoe samenwerking tussen wonen, zorg en welzijn ouderen in staat stelt om langer, prettiger en zelfstandiger te wonen – midden in de samenleving.

De boodschap van de betrokken organisaties aan de ministeries was helder: het kán! Met betrokken bewoners, korte lijnen tussen zorg, welzijn en wonen, en een gemeenschap waar mensen naar elkaar omkijken, lukt het om ouderen langer, prettiger en zelfstandiger te laten wonen. Dat is goed voor de bewoners zelf, voor de buurt én voor de druk op de zorg.

Ludgerus en t Dijkhuis: Waar samen leven de norm is
Bij Ludgerus wonen 320 senioren in zelfstandige appartementen van woonbedrijf ieder1. Het complex bruist van leven: bewoners organiseren zelf activiteiten, helpen elkaar en maken samen het verschil. Eén op de drie bewoners is binnen Ludgerus actief als vrijwilliger.
“Ludgerus voelt als een dorp in de stad,” vertelt directeur Jorinde Klungers. “Mensen kennen elkaar, letten op elkaar en blijven daardoor langer vitaal en gelukkig. Dat is precies wat we met elkaar willen bereiken.”

Ook in ’t Dijkhuis in Bathmen draait het om de kracht van samen leven. Het is een ontmoetingsplek voor het hele dorp: warm, vertrouwd en dichtbij. In nauwe samenwerking met woningcorporatie De Marken wordt hier een gemeenschap gebouwd waarin mensen naar elkaar omzien.
“Zorgen is iets dat je samen doet,” zegt Jackie van Beek, directeur-bestuurder van ’t Dijkhuis. “Bathmen laat zien dat als je mensen verbindt, er vanzelf een netwerk van aandacht en nabijheid ontstaat. Dat is de basis voor echt langer thuis wonen.”

Ruimte om te groeien
De voorbeelden van Ludgerus en ’t Dijkhuis laten zien dat de beweging naar langer thuis wonen al volop gaande is. Toch lopen deze initiatieven in de praktijk vaak tegen grenzen aan: financiering is tijdelijk, regels zijn strak en ruimte om te groeien is beperkt.

“We zien elke dag dat dit werkt,” zegt Annelies Barnard, directeur-bestuurder van woonbedrijf ieder1. “Bewoners bloeien op als ze onderdeel zijn van een gemeenschap. Wij willen dit soort woonvormen op meer plekken mogelijk maken, maar dat vraagt om meer ruimte en vertrouwen vanuit de overheid.”

Ook Erwin van Proosdij, directeur-bestuurder van De Marken, benadrukt het belang van samenwerking: “Als woningcorporaties staan wij midden in de samenleving. Samen met zorg en welzijn kunnen we echt verschil maken – als we de kans krijgen om te bouwen aan leefgemeenschappen die mensen dragen.”

Met hun bezoek zagen minister Keijzer en staatssecretaris Pouw-Verweij hoe ‘verzorgingshuizen nieuwe stijl’ eruit kunnen zien: geen instellingen, maar warme leefgemeenschappen waar mensen samen oud mogen worden – op hun eigen manier, en met elkaar.